Met een klein sprongetje probeer ik de kapotte eieren op de grond te ontwijken, maar kan niet voorkomen dat ik er toch in stap. Een halve eierschil kraakt onder m’n voeten. Terwijl ik de schilletjes onder m’n schoen vandaan peuter begint de gids te vertellen over de historie van het gebouw waar we ons bevinden. Het Palazzo Poggi is één van de oudste, grootste en meest belangrijke gebouwen van de Universiteit van Bologna. Naast de bibliotheek en het studentenmuseum huist de centrale administratie en het bestuur van de universiteit er. Vandaar de eieren. Een grote groep studenten heeft net staan betogen tegen de manier waarop de huidige universiteitsplannen de economische crisis afwentelen op de studenten. Voor de ingang werden ze tegengehouden door een cordon agenten, waarop de eieren door de lucht zoefden. Daarna trok de stoet verder door Via Zamboni, de straat waar de meeste universiteitsgebouwen zich bevinden en het studentenleven zich concentreert, achter een groot spandoek (‘Non pagheremo 1 euro – We are your crisis’) en onder luid geschreeuw. Dat is Italië, glimlacht onze gids, het houden van demonstraties is een regulier verschijnsel in de studentenwereld. Als we na een tijdje door het studentenmuseum lopen, wordt me duidelijk dat deze demonstratiedrang op z’n minst gedeeltelijk gevoed wordt door het precedent dat geschapen werd door de studentenprotesten in mei 1968 in Parijs. Na demonstraties tegen de bezetting van een Parijse universiteit verspreidde zich in die maand een revolutionaire geest door heel Frankrijk en andere landen, waaronder Italië. De afmetingen van deze historische opstand staat in schril contrast tot de groep eiergooiende demonstranten. Laat staan de Nederlandse studentenwereld, waar demonstreren zeldzaam is, alsmede maatschappelijke betrokkenheid en revolutionaire geest. Waarom? Hebben we het zo goed? Of interesseren problemen ons niet? Of werken we volgens meer subtiele en bestuurlijke wegen? Misschien hebben we onze revolutionaire veren wel afgeschud. De jaren zestig en zeventig zijn geschiedenis en we hebben al onze rechten en vrijheden verworven. Maar dat betekent niet dat er geen misstanden meer zijn. Dat er niets meer het demonstreren waard is. Toch doen we nu niets noemenswaardigs meer. Vanmorgen berichtte de krant over wederom een demonstratie in Via Zamboni. Terwijl ik de eieren alweer door de lucht zie vliegen vraag ik me af hoe penetrant de eiermeur moet zijn voordat we nog eens de moeite zullen nemen om onze stem te verheffen.
-
Plompverloren lamzakken
@ 2009-06-21 – 19:35:52
Ongeduldig wacht ik op een taxi. De ladderzatte rij voor me lijkt zich een stuk minder te bekommeren om het wachten op een vervoersmiddel naar huis. Lopen op dit tijdstip is niet veilig. Te veel dronken idioten en overvallers met messen. Om middernacht lopen op zaterdag de pubs leeg. Overal schreeuwende debielen. De verplichte sluitingstijd kan niet vroeg genoeg komen. De 43 miljoen pond die dit jaar naar de bestrijding van alcoholisme gaat in dit land verdwijnt in een put zo bodemloos als de kelen van die malloten. Slappe zakken. Alle oude mannen dezelfde aardappelneuzen waar de paarse aderen dik doorheen schijnen in contrast met de rode konen die hun grauwige witte huid kleurt. De jongeren steken opgepompt in hun strakke shirtjes waar de kettinkjes overheen hangen. Al voor etenstijd staan ze van alle generaties wankelend voor de deur van de pub aan een sigaretje te lurken. Geen enkele zelfbeheersing, geen eigenwaarde, geen doel in het leven. Het is altijd oppassen geblazen om op straat niet tegen zo’n zwalkende lamzak op te botsen. Op weg naar een grauw flatje waar zijn ellendige leven zich afspeelt tegen een decor van bevuilde muren en ranzige vloeren. Een zielig en sneu bestaan van drank, ongeluk en klaagzang. Ik schrik op van een kerel die plots omvalt en op straat terecht komt achter een zojuist gearriveerde taxi. Een hels gelach breekt los. Een paar van die lamlullen raken in een discussie terwijl ze het aan een popje op wankele hakken overlaten hun maat overeind te helpen. Onbeschaamd schreeuwen ze onverstaanbare woorden de nacht in. Agressief en plompverloren. Overal om me heen is geschreeuw, uitdagende blikken kruisen, een eerste provocatie is op handen. Als ze het toch ook maar één keer in hun zatte kop zouden halen om zoveel als een vinger naar mijn meisje uit te steken stuur ik ze met één klap naar een andere wereld. Met een doffe dreun zouden ze op de natte stoep vallen en met hun kortgeschoren kop in een plakkerige plas bloed zich verder verwijderd voelen van de wereld dan ooit tevoren. Lang zou ik van zo’n heldemansdaad niet kunnen nagenieten, aangezien ik belaagd zou worden door een groep dronken maten die met hun apeharses de waarde van het verdedigen van een vrouws eer niet zouden kunnen vatten. Als men zijn leven lief is laat men elke onfatsoenlijkheid moedwillig over zich heen komen. Liever kijkt men als een klein muisje gevangen in een hoek trillend voor zich uit in de angst voor ongeremde bruutheid. Dan is het plots voorbij, de massa valt stil. Glazig staren ze voor zich uit tussen omvallen en aanvallen in.
-
Onvermijdelijk eindpunt
@ 2009-06-06 – 10:31:31
Enige weken geleden woonde ik een lezing bij van een gerenommeerde Amerikaanse professor van wie ik nog nooit had gehoord over de hegemonie van het Westerse liberaal-democratische model in de internationale politiek. Hij stak een abstract en bij vlagen ongenuanceerd, maar niettemin prikkelend, verhaal af waarin hij schetste hoe deze hegemonie tot stand was gekomen onder de bezielende leiding van de V.S. en dat zij niet het eeuwige leven geschonken was. Sterker nog, hij voorspelde dat op niet al te lange termijn er een nieuw model zou gaan domineren, al vond hij het moeilijk om te zeggen wat dat dan precies zou zijn. Maar het einde van de geschiedenis, zoals gepopulariseerd door enkele wetenschappelijke denkers in het begin van de jaren negentig, was nooit geheel realistisch geweest en is door de ontwikkelingen in de laatste jaren compleet onwaarschijnlijk geworden. Alhoewel het merendeel van de wereld nog steeds het label democratie placht te gebruiken om zichzelf enige legitimiteit te verschaffen, zijn er enorm veel grote en kleine landen die er een hele andere, meer autoritaire, staatsvorm op nahouden. Bovendien is het democratische gehalte van Westerse landen zeer variabel en betwistbaar. Uiteraard zijn dit allemaal geen nieuwe constateringen, het blijft toch een beetje aanmodderen en het zal verder zo’n vaart niet lopen. Toch vraag ik me af hoe lang we nog zullen blijven geloven in het doorkabbelende liberaal-democratische model. Zo lang bestaat het nu ook weer niet en het is ook geen onvermijdelijk eindpunt. Bovendien zijn er verschillende omstandigheden waar het huidige model simpelweg geen antwoord op heeft: de brede steun voor populisten, de recente economische crisis, het opraken van natuurlijke hulpbronnen, de overtuigingskracht van online conspiracy documentaires, de weigering van Islamitische landen zich te conformeren, het falen van het Westerse model in voormalige koloniën in de Derde Wereld, de opkomst van het autoritaire China als wereldmacht en het schenden van regels van behoorlijk bestuur in Westerse landen als de V.S., Italië en zeer recent Groot-Brittannië. Wat staat ons te wachten? Revolutie? Voorlopig blijft het bij de geleidelijke penetratie van het systeem door het geloof in de onkunde van de staat en politiek, in oppervlakkige en extremistische populisten en in dat er toch ergens iets moet zijn dat alles beter voor ons zal maken.
-
Blote knietjes
@ 2009-05-25 – 22:20:18
De zurige lucht van fastfoodkots en parfums maakt me kotsmisselijk. Het is zaterdagavond en ik moet rillen van de koude wind. De bezopen wijven met hun dunne jurkjes en hoge hakken voelen niets door hun vettige pinguïnhuid. Heftig kakelend ondersteunen ze elkaar om niet op hun bek te gaan. Dan weer kijken ze met een glazige blik zoekend rond, verloren in hun zoektocht naar iets wat ze zich zelf niet meer herinneren. Hun zelfrespect zal het hoe dan ook niet zijn. Zoals ze daar lopen met hun kwabbige armen en druipende foefen. Er zullen wel ijspegels hangen in die Britse druipsteengrotten van ze. Vieze meisjes zijn het. Ze slepen mannen mee naar hun plakkerige hollen met aangekoekte ranzigheid. Maar dat houden ze angstvallig verborgen. Een strak jurkje, of het vlees er aan alle kanten uitpuilt of niet, een laag make-up er op met het plamuurmes, een walm parfum en een paar hoge hakken waar zelfs nuchter nauwelijks op te lopen is. Alles om af te leiden van die rotkoppen. De weinige fijne exemplaren die er tussen zitten compenseren hun gebrek aan overgewicht met overwicht en arrogantie. Staan ze daar een beetje te posten op de hoek van de straat, alsof ze wachten op klandizie. Van binnen zijn het natuurlijk heel gevoelige en onzekere meisjes die eigenlijk alleen maar op zoek zijn naar tedere liefkozing, maar om de een of andere reden telkens stuiten op ongevoelige macho’s die het alleen maar om het neuken te doen is. Misschien moeten ze zich dan eens in iets degelijks hijsen in plaats van er bij te lopen als een goedkope wipkip met afwerkbonus. Alsof ze rechtstreeks uit één van de tv-schermen in de pub zijn gelopen waarop een rapper onbetekenende teksten verkoopt tegen een achtergrond van halfnaakte wulpse sloeries. Vrouwen bij de vleet, van de hand in de tand, in de spleet. Geëmancipeerde gebruiksvoorwerpen, vrijgevochten en bandeloos, ongegeneerd en laveloos. Zelfs het lantaarnlicht kan hun aanblik niet verdragen. Dan maar de duisternis in, tot laat in de nacht dansen. Maar dat blijkt het hol van de leeuw. Schaamteloos gevoos in zweterige hollen met monotoon gedreun en hersendodend gesnuif. Flessen op tafels met gespreide benen eronder. Klamme dansvloeren met ranzig gesjans. Kotsend op de plee, met de blote knietjes op de natte tegels, gallige smurrie in het geblondeerde pornohaar en een geur van stinkende mossel.
-
Thuiskomen
@ 2009-05-11 – 18:58:16
Na maanden van snoeihard werken en regelmatig reizen ben ik weer thuis. Ik parkeer m’n fiets op het enige vrije plekje dat ik kan vinden op de Lange Mare. Het is een zonnige zaterdagmiddag en ouderwets druk in de stad. Alle elementen van het Leidse weekend zijn daar: de Haarlemmerstraat en Nieuwe Rijn gevuld met Leids volk, de markt voor de wekelijkse portie fruit en kaas, het draaiorgel met haar ambetante klanken, de stroopwafelkraam voor een grote warme unit, de sigarenboer voor de weekendeditie van het NRC, de Italiaanse traiteur voor een broodje, terrasjes voor een biertje in de lentezon. Met een zucht glimlach ik de spanning uit mijn lijf en begin te lopen door de straten die er voor mij altijd al waren. De stad als een warm bad. Toch mis ik iets. Het werk heeft de afgelopen maanden mijn gedachten zo beheerst dat ik moeite kreeg met slapen en het vaak aan creatieve inspiratie ontbrak. Leiden, mijn kleine paradijsje, brengt ontspanning. Maar de inspiratie ontbreekt. Ik loop door de straten rondom de Pieterskerk en het Rapenburg, sla af en toe een hofje in, en zet me op bankjes in de parken. De tijd kruipt omgemerkt voorbij terwijl ik kijk naar de bloeiende begroeiing aan de liefelijke huisjes op de Vliet, de verzakte wevershuisjes op de Herengracht, de imposante gevels van de pakhuizen op de Oude Rijn en de muurgedichten die op de meest onverwachte plekken zijn aangebracht. Overal is het stil. Er gebeurt weinig, er is geen mens op straat. Een hond passeert, een fiets. Als de kerkklokken slaan, houdt zelfs de wind zich een moment stil, wetende dat alles nog altijd hetzelfde is en ook zo zal blijven. Het zachte en zuivere geluid vult kortstondig de stilte die er heerst tussen de grachtenpanden die soms van binnen volledig uitgewoond zijn door generaties studenten. Monumentale gevels met muffige fusies. Zo is Leiden, ongebreideld mooi en aloud. Stokstijf als het standbeeld van burgemeester van der Werff aan de Steenschuur, waar ik naartoe ben gegaan in de hoop dat hij me net zo zal weten te inspireren als de burgers van de stad tijdens het beleg door de Spanjaarden. De stilte van zijn heldhaftige pose toont Leiden, rijk aan tradities, klein in ambities. Mezelf verliezen in deze stad is lastig. Er is geen hectiek, er zijn geen grote problemen, duizelingwekkende oude gebouwen, drommen toeristen, of extravert publiek om in meegesleurd te worden. Van alles is er een beetje. Maar vooral is er stilte. Ruimte om de geest vrij te maken voor nieuwe inspiratie, om jezelf te zoeken en te vinden, om telkens weer thuis te komen.
-
Ongrijpbaar en aanraakbaar
@ 2009-04-19 – 23:09:18
Zachtjes klatert het water vanuit het bovenste bassin uit vier spuitmonden in dunne stralen in het grote bassin van de Fontana Tartarughe. Deze fontein uit de zestiende eeuw is één van de kleine schatten die de schilderachtige Joodse getto in Rome opsiert. In dit minder bekende deel van de stad zijn niet zo veel toeristen als rond bijvoorbeeld de Fontana di Trevi en het Pantheon, waar men over de hoofden kan lopen. Hier in de getto overheersen zachte kleuren en afbladderende begroeide muren. De zon verwarmt zachtjes de oranje muren en lichtblauwe luiken van de oude palazzi aan het plein en de gezichten van de groep leerlingen die verspreid rond de fontein zitten. Met potlood creëren ze de fontein in hun witte schetsboeken. Elke leerling zit op een andere plek en werpt zo een eigen perspectief op de fontein. Een jonge leraar loopt rond om hun interpretaties te inspecteren en te zien of ze de perfectie van de fontein voldoende weten vast te leggen. Er zijn veel prachtige details. Vier schelpachtige bakken worden gevuld met water vanuit de opengesperde bekken van vier dolfijnen. Bovenop de dolfijnen zitten vier jonge mannen met hun rug naar de fontein gekeerd die elk in een identieke beweging een schildpad in het bassin boven hun hoofd duwen. De leraar gaat van leerling tot leerling, komen de potloodstrepen overeen met de tastbare fontein? Hij tracht te doorgronden welke processen in hun hoofd leiden tot de weergaves op het papier. Welke interpretatie karakteriseert het beste de situatie? Wellicht is mijn foto van het hele gebeuren de beste impressie. Of de foto die vastlegt dat ik een foto maak, of de foto daarvan? En wie legt het geluid vast van de vogeltjes of passerende motorini? Indrukken en waarheden zijn veelomvattend en moeilijk te doorgronden. Dat is wat Rome duidelijk maakt. De stad is in nevelen gehuld. De oorzaken van de teloorgang van het Romeinse Rijk zijn nog altijd omstreden. De vele gezichten van de stad maken haar karakter ambigu. De schoonheid van de vele ruïnes en de historische bouwwerken die zijn blijven staan waar de toeristen zich aan vergapen en het verkeer langs voortraast. De moderne romantiek van immer getrokken camera’s, alomtegenwoordige commercie, bedelende daklozen en illegale straatventers. De impliciet erkende pracht van de vele fascistische gebouwen die zijn weerklank vindt tegen de muren van de oude gebouwen in de binnenstad als ’s nachts dronken jonge mannen liederen uit grootmoeders tijd zingen. De werkelijkheid is veelomvattend en ongrijpbaar. En toch aanraakbaar. Terug naar de fontein, waar de groep leerlingen vertrokken is en de schildpadden, jonge mannen en dolfijnen in hun eeuwige pose er op wachten om opnieuw omgezet te worden in impressies op onbeschreven bladen.
-
Net als in de film
@ 2009-04-03 – 14:26:31
Het is het heetste moment van de dag. De conferentie die ik bezocht heb is voorbij en de zon in Miami brandt fel. M’n huid gloeit van een ochtend rondlopen door de wijk Little Havanna. M’n hart brandt nog vuriger. Alhoewel dit een wijk is die hoofdzakelijk bevolkt wordt door Amerikanen met een Cubaanse achtergrond en zodoende als achtergesteld wordt beschouwd, is het de enige plek in de stad waar ik echte mensen heb gevonden. Oprechte en vriendelijke mensen die niet verloren gaan tussen de wolkenkrabbers van het zakencentrum Downtown of het uiterlijk vertoon in het strandgebied South Beach. Er klinkt warme Zuid-Amerikaanse muziek uit speakers boven de ingang van kleine winkeltjes die een vrolijk palet van authentieke kleuren vormen. Het warmt de straat meer dan de zon en illustreert de vrolijke gemoedelijkheid van de kleine gebouwen en mensen. De gastvrijheid van de familie die het kleine eetcafeetje beheert waar ik lunch is geen uitzondering. In een plaatselijk kerkje en een buurtcentrum voor oorlogsveteranen werken mensen die uitgebreid de tijd nemen om te vertellen over hun leven, werk en de gemeenschap. Hun verhalen maken duidelijk hoezeer dit een land is waar collectieve trots gepaard gaat met egocentrisch eigenbelang, weidse welvaart met individuele problemen, vlugge vooruitgang met diepgewortelde ongelijkheden. Contrasten zijn groot. De Cubaanse minderheden in deze wijk, de zwarte minderheden in de achterstandwijk Overtown, de Haïtiaanse minderheden in Little Haïti. De jetset huist in wijken als Coconut Grove, Coral Gables en Bayside en pendelt naar het uit hoge hotels en bankgebouwen bestaande Downtown. De winkels, hotels, bars en het strand van Southbeach worden bevolkt door toeristen en jongeren die gezien willen worden. Toch voelt het nergens vreemd, alles is bekend. Bekend van tv. Ik heb het gevoel in een film rond te lopen. Of beter gezegd, verschillende films. Ik heb me begeven tussen de wetenschappers en professionals in pakken met papers en visitekaartjes als communicatiemiddel, tussen gespierde torsos en goed gevulde bikini’s waar de schreeuwerigheid van de kleding, cabrio’s, sieraden en tattoo’s de dienst uitmaakt, en tussen de Cubanen met hun kleinschalige genot van sigaren, domino en mierzoete koffie. Verschillende werelden met verschillende mensen en verschillende gebruiken. De afstanden zijn groot. Alleen te overbruggen door nieuwsgierige buitenstaanders. Maar allemaal met elkaar verbonden door brede stroken asfalt met benzineslurpende wagens. De harde realiteit van een onbegrensd land.
-
Verrijken door verarmen
@ 2009-03-12 – 14:51:04
Zondagmiddag half twee. Spitsuur in Buchanan Street. Onder de Victoriaanse architectuur die het centrum van enige grandeur voorziet, bewegen uitgestreken gelaten en plastic tassen zich tussen hippe etalages op zoek naar nieuwe materiële verrijking. Aan één uiteinde van de lange straat verreist een modern arbeiderspaleis. Hier wordt overdekt winkelen naar een hoger niveau getild. Drie verdiepingen met een grote variëteit aan winkels en cafeetjes, regelmatige modeshows of andere gebeurtenissen, en een foodcourt waar van verschillende counters eten kan worden gehaald om te nuttigen op een gemeenschappelijke plek met uniforme dienbladen. Er is glanzend tegelwerk aan de muren waar men licht zijn reflectie in kan waarnemen en ook op de grond waarover kindervoetjes druk tussen de tafeltjes door bewegen. In Moskou voorzagen de Soviets de grote metrostations van prachtig tegelwerk en kroonluchters. Waar echter in Moskou nu vioolmuziek door de hallen van sommige metrostations klinkt die melancholie en grandeur op intrigerende wijze combineert, bevordert de winkelmuziek hier een licht positieve en kooplustige stemming. Het zijn de klanken van de verwachtingen en standaarden die onze consumentenmaatschappij eigen zijn. De klanken van koopzondag. Geheel eigen aan Glasgow echter, is altijd een zekere ondoelmatigheid. De stad kenmerkt zich door een tegenstelling tussen grandeur van weleer en tiptop moderne faciliteiten enerzijds en een rommelige, geïmproviseerde, halfslachtigheid anderzijds. Zo ook dit winkelcentrum. Alhoewel het al geruime tijd open is, is het nog niet af. Draden hangen aan de nog niet gedichte plafonds, houten schotten verhullen delen die nog verbouwd worden, steigers omringen de tafeltjes van de restaurants en sommige winkels zijn gevuld met bouwmateriaal in plaats van koopwaar. Er hangt een merkwaardige sfeer, alsof het druk winkelende en etende publiek alle draden, bouwmaterialen en steigers niet ziet. Gehypnotiseerd door het consumeren in de franchise winkels en eetgelegenheden die een kopie van een kopie van een kopie zijn. Onverstoorbaar en onverdroten. De kredietcrisis is een fabeltje van tv. In zijn geheel niet zichtbaar in de staat van dit gebouw. Men zoekt naar meerwaarde middels een portemonnee met minder waarde. Verrijken door verarmen.
-
Revolutie en apathie
@ 2009-02-23 – 22:33:18
Afgelopen week is op de universiteit een protest begonnen tegen Israel en de situatie in Gaza. Op de affiches die op de campus zijn aangeplakt staat bovendien dat de universiteit banden zou hebben met een Israëlische wapenfabrikant. Een groep studenten heeft daarom een deel van een gebouw bezet en organiseert ook een demonstratie. Na hiervan kennis te hebben genomen loop ik fronsend naar mijn kantoor om te verdrinken in stapels boeken, artikelen, rapporten en nota’s. Onderzoek biedt een veilige vluchthaven weg van de sleur aan gezeur. Meningen, acties, beloften, problemen. Te veel nieuws en te veel overbodige informatie. Ik houd me liever afzijdig van al het vluchtige en oppervlakkige met weinig toegevoegde waarde of inzicht. Als reactie kan men me apathie of zelfs egoïsme verwijten, maar ik ben liever nukkig dan lichtzinnig. Tegelijkertijd laat alles me zeker niet ongemoeid. Als wetenschapper mag ik niet onverschillig zijn, als mens wil ik het ook niet. Het steekt me, de oneindige reeks aan problemen, problematiseringen, bullshit en opzichtig falen die dagelijks tot me komt. Ik kan dit alles niet zomaar gelaten over me heen laten komen. Er moet een weerwoord komen, actie ondernomen, revolutie! Maar voordat ik van mijn stoel opgeveerd ben, voel ik me alweer ontmoedigd. Narigheid is er altijd al geweest en zal louter in vorm dan in essentie veranderen. Wie ben ik bovendien in het reusachtige radarwerk, de megalomane mensenzee, de waanzinnige woordenbrij? De politieke mode om meer dan normaal in verandering te geloven stuit op een flinke dosis scepsis van mijn kant. Elke vorm van verandering is meer retoriek dan manifest. Stelling kunnen nemen tegen ongenuanceerde standpunten is echter lastig. Het kost veel tijd om de werkelijke oorzaken en vormen van verandering goed te begrijpen. Eén kortzichtige en pakkende statement is sneller gemaakt dan het tegengif van diepe en zware studie. Waar ligt dan de oplossing? Ook ongenuanceerd zijn? Weglachen? Afzijdig houden? Nee! Al dat rest is teruggrijpen op één van de oudste filosofieën die we hebben: de Socratische methode. Deze behelst kortweg het stellen van vragen om aan te tonen dat de ander ongenuanceerde, tegenstrijdige of compleet imbeciele standpunten verkondigt. Deze methode is echter niet gemakkelijk, omdat de meest dominante predikers het lastigst van hun standpunt af te brengen zijn. Niettemin is engagement in het debat een absolute noodzaak in een wereld waarin alles kan, mag en gebeurt. En wat als de ander de wapens opneemt? Wat te doen tegen machtsongelijkheid en -misbruik? Vragen stellen? Zo zie ik mezelf als een energiek rondrennende hond die verwoed om zich heen kijkt om de bal te vinden waarvan zijn baasje net deed alsof hij hem gooide. Er voor gaan en de weg kwijt raken. Tussen revolutie en apathie.
-
Digitale lens
@ 2009-02-10 – 13:44:06
De morgenkou onthult zich onmiddellijk door de adem die ik uitblaas. Er staat geen wind en de zon schijnt hardnekkig vanachter een wolkendek dat niet de indruk wekt gedurende de dag te zullen verdwijnen. Het heeft flink gesneeuwd. De sneeuw op de straten is echter al veranderd in een bruinige pap. Mannen ijsberen ongeduldig rond hun stationair draaiende auto’s. Thomas Acda zingt over het Vondelpark vannacht als ik het park inloop. Af en toe glijden m’n voeten weg op de grond die glinstert in het ochtendlicht. Alles is bedekt met een dikke witte laag. Het gras wordt haast volledig aan het oog onttrokken en de boomtakken zijn half wit, half bruin. Ik passeer een vrouw die een digitaal stilleven maakt van een struik. Kort werp ik een blik op wat in een map in haar laptop zal verdwijnen. Allebei zien we voor een ogenblik hetzelfde. We slaan onze ervaring echter anders op. Ik cognitief, zij digitaal. Ik kan een ongemakkelijk gevoel bij haar manier van doen niet onderdrukken. Ergens wringt het. Het voelt als onecht. Ze kijkt louter naar een digitale afbeelding en zelfs daarnaar waarschijnlijk niet eens heel goed. Op die manier onttrekt ze zich aan wat er voor haar staat, aan het moment. Toegegeven, ook ik beweeg me in een digitale luchtbel. Mea culpa. De muziek die in mijn oren schalt doorbreekt de stilte die er had kunnen zijn als er geen auto’s in de buurt waren geweest. Overigens heeft dit lied wel enige relevantie, aangezien het verhaalt over vier verschillende belevingen van eenzelfde moment. Al was een impromptu van Chopin wellicht sfeervoller geweest. Na dit kortstondig kruisen van wegen lopen we allebei een andere richting uit met het gevoel een unieke ervaring van het moment te hebben gehad, daar bij die struik, op dat moment. Onze ervaring is echter gekleurd door de digitale perceptie. Zoals dat tegenwoordig overal gaat. Digitale camera’s in het park, mp3 spelers op straat, mobiele telefoons in de trein, powerpoints op het werk, laptops in het café, flatscreens in de pub. Ogen en oren vormen zich naar apparaten, gedachten neigen naar elektronische signalen. Leven in een zelf gecreëerde wereld. Het contact met de werkelijkheid verdwijnt. We zien niet, we horen niet, we voelen niet. Het beeld wordt troebel. Het apparaat verdringt de ervaring zelf. Een eeuwig geheugen van kb’s en mb’s dwingt de details in de vergetelheid en verdringt de zingeving. De wereld door een digitale lens. Zei de gek.