Meer dan anders is het centrum van de stad een heksenketel van absurd geklede gekken. Schots Halloween. In de pub staan we naast een kerel met een gezicht dat eruit ziet alsof er een granaat vlakbij is ontploft. Naast hem een als jongen met grijze pruik van ongekamd haar in een gele soepjurk over een oude vrouwenlichaamkostuum. Ze vermaken zich met de uitgelubberde borsten die aan het pak zitten. We lopen naar een tafeltje in een rustiger gedeelte. Even later passeert een meisje in een weinig verhullend Playboybunny outfit aan de hand van een jongen in een te groot wit pak met dunne zwarte verticale strepen. ‘Al Capone’ staat op zijn hoed geschreven. Als ons bier op is verplaatsen we ons richting de club waar we kaarten voor hebben bemachtigd. Als we de bar passeren staat er inmiddels een groepje meisjes verkleed als sjieke prostituees. Op straat overal mensen, dieren en andere wezens. Clockwork Orange gangs, Batman, Joker, heksen, clowns, Teletubbies, nog een Batman, pooiers en prostituees, Ali G, nerds, Freddy Kruger, spoken, Michael Jackson. In de rij voor de club staan we voor een vrouwelijke Mario en Luigi, die ruzie krijgen met een heks achter ze. Voor ons een klein kereltje in zwart pak met een masker van een lelijk hoofd. Hij geeft me een hand. Na twintig minuten is de ingang in zicht. Voor ons beginnen jonge meisjes hun ID kaarten tevoorschijn te halen. Plots staat een uitsmijter voor ons en vraagt of we onze boeking bij ons hebben. Als we hem dit tonen mogen we de rij voor ons passeren en worden we binnen gelaten. In een grote zaal wordt rockmuziek gedraaid. Bij de bar is het dringen. De barmannen hebben allemaal open wonden. Op de dansvloer loopt alles door elkaar. Een tennisser praat met een vrouwelijke bouwvakker terwijl de muziek is overgegaan in dance gedreun. Fronsend wordt er gekeken naar het schoolbord kostuum dat ik vlug geïmproviseerd heb. Niet eng genoeg voor Halloween blijkbaar. Voorbereiden voor de werkgroepen op de universiteit is dat des te meer voor studenten, maar die fijnzinnige verwijzing zal ze wel ontgaan in hun delirium. Plots klinkt Thriller en gaat het doek van het podium omhoog. Een dansgroep voert een act uit met de nodige acrobatiek. Een ode. Daarna gaat de muziek over in Britse pop, dan weer rock, dan weer dance. Ze dansen, Dracula’s, een zebra, bloempotten, Franse boeren, Hulk, een robot en twee jongens in een kartonnen spaceshuttle. Dan zie ik de achterste zoenen met een Smurfin. We voelen onze botten kraken en gaan naar huis.
-
Gelakte teen
@ 2009-10-25 – 14:50:26
Er zitten mensen op de bankjes. Dan staan ze op en verdwijnen met andere passanten achter de nieuwe uitbouw van de bibliotheek. Vanachter mijn bureau sla ik het allemaal gade. Zoals ik de bouwvakkers heb gadegeslagen terwijl ze gedurende de afgelopen vijf maanden het gebouw en het plein ervoor hebben gerenoveerd. Wat eerst een compleet betonnen grijs aangezicht was, is nu een glazen gevel van grotendeels zwart geblindeerde ramen, die iets voor de hoek overgaan in doorzichtige ramen. Eronder wittige tegels met een grasveldje in het midden dat in tweeën wordt gesplitst door een pad waar vier bankjes staan. Een stuk minder somber uitzicht dan eerst, al is het slechts een gelakte teen aan het groteske corpus van betonblokken dat de rest van de bibliotheek vormt. Een sierlijk verlicht hoekje in een duistere ruimte. Het is nu een vanzelfsprekend aangezicht. Toch kan ik er maar moeilijk aan wennen. Het gekmakende bouwgeluid van slijptollen, boren en vrachtwagens met hun irritante piepsignaal als ze achteruit rijden resoneert nog na in mijn hoofd. Ik kan me nog steeds inbeelden hoe het allemaal nog verre van af was. Hoe de ramen gezet werden. Hoe ze tegel voor tegel het plein aangelegd hebben, nadat ze stukje voor stukje de grond egaal hadden gemaakt. Hoe ze met beton een nieuwe oprit ernaast maakten. Gras gelegd in de opengelaten ruimte. Afgelopen week de bankjes erin. Een eindeloos proces waarvan ik zeker een maand lang voorspelde dat ze aan het eind van de week toch echt wel klaar zouden zijn. Het duurde me ook veel te lang. De bouwvakkers legden elke dag hun gereedschap neer als hun werktijd er op zat en ik nog een paar uur achter het scherm bleef doortikken. Hadden ze niet nog wat meer kunnen doen? Misschien. Gebrek aan discipline? Ik zet zelf altijd druk op mezelf wat meer te doen. Soms misschien meer dan goed voor me is. Wanneer is het genoeg? De norm is om alsmaar door te gaan. Verwachtingen zijn altijd hoog, of worden anders wel naar boven bijgesteld. Overbelasting van het lichaam als gevolg. Wat is goed? Het behalen van doelstellingen van werk staat op gespannen voet met het lichaam in balans houden. Wanneer is er sprake van vooruitgang? Het zijn vragen die zich aandienen wanneer je voor drie jaar door hetzelfde raam naar buiten kijkt. En telkens bezig bent met een product dat nooit af lijkt te komen en waarvan de toegevoegde waarde in nevelen gehuld is. Telkens kleine stapjes naar een onduidelijk doel. Ik kijk weer naar buiten en zie een nieuwe stroom mensen over het plein bewegen.
-
Onontkoombaar
@ 2009-10-03 – 17:25:28
Een reis naar Loch Ness is een reis naar ergens en nergens tegelijk. De omgeving slokt me op. Uitgestrekte heuvels, diep water en de ruïnes van een kasteel. Prachtige heldere kleuren. Groen. Blauw. Gesteente. Grenzen van tijd en ruimte komen te vervallen. Het meer strekt zich zo ver uit dat het aan de horizon met een lichte bolling verdwijnt. Het einde van de wereld. Onderweg naar deze plek komt er een cosmetische kracht van de Highlands. De toppen van sommige bergen zijn in nevelen gehuld. Imposant groot tussen groene vlakke velden. Oneindig landschap. Waar de schepping zich in al haar puurheid uitstrekt. Resultaat van miljarden jaren van evolutie. Nauwelijks aangetast, alleen door de smalle snelweg die er doorheen slingert en de parkeerplekken waar de bussen stoppen om het toeristenvee even uit te laden voor de snelle digitale vereeuwiging van een tijdloos schouwspel. Veranderingen nauwelijks waar te nemen in een mensenleven. Zo omvattend dat m’n hoofd er van gaat tollen. Niet te bevatten. Maar daarom niet minder tastbaar. De bergen en bomen omringen me. Onontkoombaar dringen ze hun aanwezigheid op. Daar staan ze. En daar zullen ze over honderd jaar staan. Ik niet. Zoveel is wel zeker. Het maakt een mens nietig. Elke stap oneindig klein. En tegelijkertijd is elk moment voor onszelf onmetelijk groot. Het definieert ons bestaan. We zijn vaak niet eens in staat om onze dagelijkse problemen er in op te lossen. We worden mentaal ontwapend in de aanblik van de concreetheid van het leven. En zelfs als een stap gezet wordt, blijft de onzekerheid bestaan of je de juiste keuze hebt gemaakt. Een geloof of ideaal is mooi, maar des te meer raadselachtig als praktische vragen en keuzes zich opdringen. Duidelijke richtlijnen en oordelen zijn afwezig. Maar de onzekerheid maakt ons niet tot slappe en weerloze objecten. We zijn niet veroordeeld tot nietsdoen of willoze overgave aan al dat gebeurt. Het is wel degelijk mogelijk een verschil te maken. Anderen gelukkig te maken. Lijden is nog altijd niet beter dan geluk. Daartoe moeten we proberen zoveel mogelijk te doen en op een gegeven moment een keuze maken als we het gevoel hebben dat het moment er naar is. Daarna draait het om gemoedsrust, vrede verkrijgen met dat wat gebeurd is. Reflectie kan tot gemoedsrust leiden en ook tot inzicht over hoe we onze situatie kunnen verbeteren, wat de beste stap is voor de toekomst. Ook al zijn reflecties maar tijdelijk. Het zijn allemaal stappen die we moeten zetten om verder te komen in het leven. Zo vordert het leven en komen we ergens en nergens tegelijk.
-
Nieuwe gezichten
@ 2009-09-20 – 00:28:15
Het is een zonnige, zinderende dag. Muziek knalt uit boxen over de campus. Nieuwe gezichten zoeken naar houvast in de woelige mierenhoop van studenten. Nieuwe benen drentelen druk langs elkaar op een bed van folders. De eerste dag van de introductieweek. De valse start van het academische jaar. Dagen waarin de universiteit een levendige en bruisende plek lijkt waar iedereen vol enthousiasme heen en weer drentelt tussen enerverende gebeurtenissen. Gedurende de komende weken zal de opwinding echter gestaag verdwijnen, zoals het zonlicht. De wirwar zal geleidelijk overgaan in regelmatige patronen van colleges, sporten, studeren en uitgaan. De kluwen nieuwe gezichten zal ontwaard worden zodat sociale netwerken zich uitkristalliseren. Met zoveel nieuwe gezichten een proces van cosmetische omvang. Elke avond drinken en feesten en dan zo vroeg als de kater het toelaat weer naar de universiteit. De bibliotheek afgeladen vol. Geen pc te krijgen. Er moet dringend op Facebook gekeken worden. Overal zitten studenten te browsen door profielen, berichten en fotoalbums vol met overbelichte beschonken tronies in duistere plekken waar ongetwijfeld een feestelijke stemming zal hebben gehangen. Geenszins een vlugge en oppervlakkige bezigheid. Het diep doordringen in iemands privacy is een hels karwei. Studeren komt aldus op een bijspoor terecht. Uiteindelijk zijn de colleges en werkgroepen toch een stuk minder veeleisend dan de feesten en Facebook. De dwingende kracht van de online vriendschapsverzoeken is sterker dan het indringende verzoek van de docent om de lesstof te bestuderen. Elk uur een nieuwe status update is belangrijker dan een kennis upgrade. Zo blijven de boeken liggen. En worden kansen gemist op verdieping, zowel intellectueel als sociaal. Alle Facebook uren zouden zoveel beter besteed kunnen worden aan het organiseren van een lezing, debat, studiereis, excursie, kunstzinnige activiteit, of vriendschapsverband. Studie- en studentenverenigingen zwelgen echter liever in het stimuleren van nachtbraken. Een vervlakking van het academische leven. De initiële eruptie van activiteit vlakt over het jaar stilletjes uit. Een lauwwarm braaksel waar het potentieel in verdrinkt, verspreidt zich over de campus. Antiperistaltische bewegingen geven gezichten vorm.
-
Gary
@ 2009-09-12 – 23:46:22
Ik kwam Gary op straat tegen. Hij stond ineens voor me en begon zomaar wat te praten. Ik ving slechts flarden op van zijn verhaal omdat zijn accent erg sterk was en ik er ook maar half met mijn aandacht bij was. Daar stond ik, oog in oog met een man van rond de vijftig jaar, die ik me hiervoor nooit had kunnen inbeelden en hierna nooit meer zal kunnen vergeten. Ik stopte omdat ik dacht dat hij wat wilde vragen. Hij wilde wat kwijt. Tijdens een ritueel van knikken en bevestigende geluiden zoek ik naar een beleefde uitweg. Hij kijkt me echter te doordringend aan met zijn blauwe ogen, waar een soort van grijze waas overheen ligt. Alsof het verdwijnen van de kleur van zijn haar is doorgegaan nadat de haargrens bereikt was. Zijn hele voorkomen doet groezelig aan, de ellende klinkt uit zijn stem. Een verhaal in mineur, werken in de haven, vroeger, hoe simpel het leven geweest was. Ik probeer door mijn blik van horloge in de verte te laten glijden hem kenbaar te maken dat ik verder wil voordat hij om geld begint te vragen. Hij is echter al gebarend enkele centimeters dichterbij gekomen zodat een walm van alcohol en zweet me nu omringt. Of we niet een pint kunnen gaan drinken, hij betaalt. Het is half twee ’s middags. Ik stel me even voor hoe dat zou zijn. In een donkere muffige pub als mannen onder elkaar klagen over het leven. Een pint en nog een pint en nog één en dan voor etenstijd naar huis wankelen. Of hij er thuis nog zou worden ingelaten wist hij niet, zijn vrouw was vreselijk. Ze deed alles om hem stuk te maken. En dat terwijl hij altijd zo hard gewerkt had. En wat kon hij er aan doen dat hij ontslagen werd, iedereen werd de laan uit gestuurd. En nu kon en wilde hij geen ander werk meer doen, omdat hij nooit een ander vak had geleerd en zich er te oud voor voelde om dat alsnog te doen. Ik begin medelijden te krijgen met zijn moedeloze situatie. Maar toch wijs ik zijn voorstel af. Niet uit desinteresse, maar uit moraal. Als hij een beter leven wil, moet hij niet klagend zuipen. Hij blijft zich afzetten tegen dat wat hem is overkomen. Hij geeft alles en iedereen de schuld zonder naar oplossingen of acceptatie te zoeken. Het is de laffe keuze om zichzelf niet over te durven geven aan het leven, het leven te omarmen. De neiging om te zoeken naar iets dat we willen zonder de moeite te nemen, is niemand onbekend. Zitten in afwachting, in uitstel. Zo schop ik bijna dagelijks de inspiratie voor me uit met het idee dat iets betekenisvols schrijven toch niet lukt. Maar dankzij Gary niet langer. Ik kwam hem opeens tegen. En opeens was hij weer weg. Uitstel en afstel verdwenen. Het was de inspiratie die tot me sprak.
-
Verbeelding van het lopen
@ 2009-08-26 – 17:18:07
Als ik grote teugen adem begin te nemen, merk ik dat ik de muziek vergeten ben. Doorgaans ga ik alleen hardlopen met koptelefoontjes in. Muziek geeft ritme aan en helpt tegen de verveling van monotone stappen en ademhaling. In het sportcentrum plug ik ze zelfs in op het schermpje van de loopband om tv te kijken onder het lopen. Een uiterst treurig aangezicht, maar bij gebrek aan prettige looproutes in Glasgow is dit het beste wat ik er van kan maken om de conditie op peil te houden. Als er geen vermakelijke beelden van het scherm komen, verplaats ik me in gedachten naar mijn gebruikelijke rondje in Leiden of Domburg. Door zoveel mogelijk details voor de geest te halen, kan ik het halfuur volmaken. Nu onderga ik echter de echte ervaring. En die is zwaar, zo op de vroege vakantieochtend. M’n benen willen nog niet zo vooruit als in de middag of avond. Om de aandacht af te leiden van het lijden richt ik me op de details. De felle ochtendzon straalt lichtgeel vanachter wat dunne sluierbewolking. De wind blaast zachtjes door het groengele duingras. Een ouder echtpaar kijkt zwijgend uit vanaf het duin over het nog lege strand. De golven leggen rustig ruisend meer zand bloot door zich langzaam terug te trekken. Een beestje ruist in het struikgewas. Af en toe passeer ik wat vroege wandelaars, een enkele verloren ziel met Noorse skistokken. Het stenen duinpad gaat over in zand en schelpen en wordt heuvelachtiger. Op en neer zodat soms de zee wel en soms niet zichtbaar is. Aan de andere kant van het pad het groen van het bos, dat ik op het vertrouwde punt insla. Het pad slingert heen en weer tussen de bomen. Even overheerst de wanhoop der instorting. bij het zicht van de laaghangende boom die door een verticale balk ondersteund wordt, heb ik me herpakt. Ik zet nog even aan voor de laatste tientallen meters. De huizen komen weer in zicht en tussen twee hotels door kom ik van bospad weer op straat. Linksaf, oversteken, rechts, de laatste passen, finish. Ik sluit voor een moment m’n ogen, als om de beelden op te slaan in een melodie voor het lopen. Daar kan ik weer een jaar op vooruit.
-
Kleinburgerlijke klaagzang
@ 2009-08-06 – 14:16:05
Thuis is waar je Douwe Egberts drinkt. Met deze slogan probeerden de dames en heren Egberts ons destijds te overtuigen dat niet alleen hun koffie de beste was, maar dat het drinken er bijdraagt aan de kwaliteit van het leven (quality of life). Alhoewel zelfs Douwe Egberts het hier geen thuis van zal weten te maken voor mij, heeft de kwaliteit van de producten die je koopt en consumeert zeker een belangrijke invloed op de quality of life. Een kleinburgerlijke klaagzang: een bruine boterham met kaas is hier al een lastige opgave. In de supermarkten wordt louter cheddar of plastic importkaas verkocht en in de delicatessenzaak is wel wat degelijks te verkrijgen, maar alleen tegen hoge prijzen. Door de afwezigheid van bakkers is brood is nauwelijks vers te krijgen en wat de supermarkten aanbieden is doorgaans weinig smakelijk. Vleeswaren zijn verder doorgaans beperkt tot ham en bacon, plakjes salami zijn al delicatessen. Tot zover de boterham. Het diner. Basmatirijst of basmatirijst. De keur aan magnetronmaaltijden domineert het aantal opties voor een Oosterse, Italiaanse, of Mexicaanse maaltijd. Meters vriesvakken met opwarmmaaltijden en chips. Gebakken aardappelen zijn niet gebruikelijk, frituren is de norm. Snoep in overvloed, megapakken chips, tweeliterflessen fris. Eindeloze gangpaden met drank. Kwaliteit wijn: schroefdop. Alles wordt bij het afrekenen automatisch in grote hoeveelheden plastic zakken gestopt. Het lijkt wel of er totaal niet wordt nagedacht bij wat er wordt verkocht en gekocht. Een goede krant is ook al niet te vinden, dikke pakken papier met een derde binnenland (politiek), een derde business en een derde sport. Weinig buitenland en nog minder kritische analyses of prikkelende opinie. Om over de tabloids nog maar te zwijgen. Het versturen van een kaart wordt bemoeilijkt door de grote hoeveelheid kaarten met voorgedrukte, veelal belachelijke teksten, tot aan de verjaardag van tante of schoonzus aan toe. Vermoeiend. Kleinburgerlijke klaagzang dat thuis alles beter is, of worstelen met een enorm oppervlakkige consumptiemaatschappij? De levensmiddelen en andere producten die hier verkrijgbaar zijn roepen vaak een gevoel van verwondering en ontstemdheid op. Voedsel is weinig voedzaam en veel vet. Behalve de Indiase keuken, bieden lokale producten als fish & chips, haggis en de mierzoete frisdrank Irn Bru weinig soelaas. Lichaamsenergie, humeur en gezondheid moeten het bekostigen in deze barre zoektocht naar kwaliteit.
-
Voetstappen
@ 2009-07-21 – 23:25:31
Een moord als ontknoping en een laatste dramatische wending en dan is de film afgelopen. Op weg naar huis luister ik naar mijn voetstappen in de koele Schotse zomernacht. Ze betekenen niets meer dan het geluid dat ze voortbrengen. Er is geen spanningopvoerende achtergrondmuziek, geen verhaallijn, of een op handen zijnde gebeurtenis waar de toeschouwers al weet van hebben terwijl de hoofdrolspeler nog niets vermoedt. Er zijn geen plotse heftige emoties en ingenieuze ontknopingen. Het dagelijks leven hoeft niet binnen een time frame te vallen. Er is geen script en geen regie. We werken misschien ook wel nergens naartoe. Al dat we doen heeft geen achterliggende betekenis of morele lading en is ook niet louter en alleen gericht op oppervlakkig vermaak. Tenminste, we weten het niet. We weten niet of wat we doen juist is, of we het juiste perspectief hebben, of onze acties ergens toe leiden. Toch betekent dat niet dat het leven zinloos of onkenbaar is. We zijn wel degelijk in staat om er betekenis aan te geven. We kunnen reflecteren op onze ervaringen en een zekere mate van begrip bereiken. In hoeverre zo’n begrip juist of volledig is zullen we nooit weten. Het leven is daar ook te willekeurig voor. Maar dat deert ook niet. Wat er is, dat is er. Men kan tenslotte maar zoveel doen. Het enige dat we echt kunnen doen, moeten doen, is praten over onze gedachten, acties en reflecties. Dat is de enige manier waarop we ons begrip van ons leven en de wereld om ons heen kunnen toetsen op juistheid en volledigheid. Uiteraard is ook zo’n proces nooit volledig of juist, maar het is een verplichting die we hebben naar elkaar wanneer we elkaar aanzien in elkanders gelaat. Het bereiken van een gedeeld begrip of het begrip van het uiteenlopen van verschillende visies kan in ieder geval wat licht schijnen op onze voetstappen en hun weerklank.
-
Eiermeur
@ 2009-07-07 – 19:32:47
Met een klein sprongetje probeer ik de kapotte eieren op de grond te ontwijken, maar kan niet voorkomen dat ik er toch in stap. Een halve eierschil kraakt onder m’n voeten. Terwijl ik de schilletjes onder m’n schoen vandaan peuter begint de gids te vertellen over de historie van het gebouw waar we ons bevinden. Het Palazzo Poggi is één van de oudste, grootste en meest belangrijke gebouwen van de Universiteit van Bologna. Naast de bibliotheek en het studentenmuseum huist de centrale administratie en het bestuur van de universiteit er. Vandaar de eieren. Een grote groep studenten heeft net staan betogen tegen de manier waarop de huidige universiteitsplannen de economische crisis afwentelen op de studenten. Voor de ingang werden ze tegengehouden door een cordon agenten, waarop de eieren door de lucht zoefden. Daarna trok de stoet verder door Via Zamboni, de straat waar de meeste universiteitsgebouwen zich bevinden en het studentenleven zich concentreert, achter een groot spandoek (‘Non pagheremo 1 euro – We are your crisis’) en onder luid geschreeuw. Dat is Italië, glimlacht onze gids, het houden van demonstraties is een regulier verschijnsel in de studentenwereld. Als we na een tijdje door het studentenmuseum lopen, wordt me duidelijk dat deze demonstratiedrang op z’n minst gedeeltelijk gevoed wordt door het precedent dat geschapen werd door de studentenprotesten in mei 1968 in Parijs. Na demonstraties tegen de bezetting van een Parijse universiteit verspreidde zich in die maand een revolutionaire geest door heel Frankrijk en andere landen, waaronder Italië. De afmetingen van deze historische opstand staat in schril contrast tot de groep eiergooiende demonstranten. Laat staan de Nederlandse studentenwereld, waar demonstreren zeldzaam is, alsmede maatschappelijke betrokkenheid en revolutionaire geest. Waarom? Hebben we het zo goed? Of interesseren problemen ons niet? Of werken we volgens meer subtiele en bestuurlijke wegen? Misschien hebben we onze revolutionaire veren wel afgeschud. De jaren zestig en zeventig zijn geschiedenis en we hebben al onze rechten en vrijheden verworven. Maar dat betekent niet dat er geen misstanden meer zijn. Dat er niets meer het demonstreren waard is. Toch doen we nu niets noemenswaardigs meer. Vanmorgen berichtte de krant over wederom een demonstratie in Via Zamboni. Terwijl ik de eieren alweer door de lucht zie vliegen vraag ik me af hoe penetrant de eiermeur moet zijn voordat we nog eens de moeite zullen nemen om onze stem te verheffen.
-
Plompverloren lamzakken
@ 2009-06-21 – 19:35:52
Ongeduldig wacht ik op een taxi. De ladderzatte rij voor me lijkt zich een stuk minder te bekommeren om het wachten op een vervoersmiddel naar huis. Lopen op dit tijdstip is niet veilig. Te veel dronken idioten en overvallers met messen. Om middernacht lopen op zaterdag de pubs leeg. Overal schreeuwende debielen. De verplichte sluitingstijd kan niet vroeg genoeg komen. De 43 miljoen pond die dit jaar naar de bestrijding van alcoholisme gaat in dit land verdwijnt in een put zo bodemloos als de kelen van die malloten. Slappe zakken. Alle oude mannen dezelfde aardappelneuzen waar de paarse aderen dik doorheen schijnen in contrast met de rode konen die hun grauwige witte huid kleurt. De jongeren steken opgepompt in hun strakke shirtjes waar de kettinkjes overheen hangen. Al voor etenstijd staan ze van alle generaties wankelend voor de deur van de pub aan een sigaretje te lurken. Geen enkele zelfbeheersing, geen eigenwaarde, geen doel in het leven. Het is altijd oppassen geblazen om op straat niet tegen zo’n zwalkende lamzak op te botsen. Op weg naar een grauw flatje waar zijn ellendige leven zich afspeelt tegen een decor van bevuilde muren en ranzige vloeren. Een zielig en sneu bestaan van drank, ongeluk en klaagzang. Ik schrik op van een kerel die plots omvalt en op straat terecht komt achter een zojuist gearriveerde taxi. Een hels gelach breekt los. Een paar van die lamlullen raken in een discussie terwijl ze het aan een popje op wankele hakken overlaten hun maat overeind te helpen. Onbeschaamd schreeuwen ze onverstaanbare woorden de nacht in. Agressief en plompverloren. Overal om me heen is geschreeuw, uitdagende blikken kruisen, een eerste provocatie is op handen. Als ze het toch ook maar één keer in hun zatte kop zouden halen om zoveel als een vinger naar mijn meisje uit te steken stuur ik ze met één klap naar een andere wereld. Met een doffe dreun zouden ze op de natte stoep vallen en met hun kortgeschoren kop in een plakkerige plas bloed zich verder verwijderd voelen van de wereld dan ooit tevoren. Lang zou ik van zo’n heldemansdaad niet kunnen nagenieten, aangezien ik belaagd zou worden door een groep dronken maten die met hun apeharses de waarde van het verdedigen van een vrouws eer niet zouden kunnen vatten. Als men zijn leven lief is laat men elke onfatsoenlijkheid moedwillig over zich heen komen. Liever kijkt men als een klein muisje gevangen in een hoek trillend voor zich uit in de angst voor ongeremde bruutheid. Dan is het plots voorbij, de massa valt stil. Glazig staren ze voor zich uit tussen omvallen en aanvallen in.