Tegen elven loop ik enigszins instabiel maar niettemin vastberaden de pub uit. Na een uitgelopen after work borrel met mede PhD’s is het tijd geworden om iets te eten. Het aantal genuttigde pints was bijkans groter dan mijn effectieve bijdrage aan de door ons team jammerlijk verloren pub quiz, maar hoe dan ook hebben ze mijn honger tot nog toe weten te stillen. Op straat is het rustig. Van de weinige auto’s die er nog rijden is het merendeel taxi’s. De supermarkten zijn al zeker een uur gesloten. Ik zie aan de overkant van de straat dat de fish & chips shop nog open is. Even twijfel ik, maar er zit toch weinig anders op als ik snel wat wil eten. Naar snackbars of shoarmaboeren hoef ik hier niet te gaan zoeken. Als ik de pui nader ruik ik de zurige vetlucht al. Buiten staan onder het afdakje twee kerels met glazige ogen hun avondmaal naar binnen te werken. De frieten en gepaneerde vis liggen al klaar op een warmhoudplaat in een vitrine waarvan het glas glimt van het vet. Ik bestel een portie frieten. Op de menukaart van het aanliggende restaurant staan hoofdzakelijk verschillende soorten vis, in de regel geserveerd met frieten en droge, smakeloze doperwten. Bestellen van de special offer betekent dat je hiernaast ook witte met boter besmeerde boterhammen en een kop thee voorgeschoteld krijgt. Alle vis is battered, gepaneerd. In sommige shops is naast battered fish ook de battered pizza verkrijgbaar, zo uit de frituur. En soms zelfs de battered Mars™ bar, die de status van broodje aap verhaal heeft aangenomen maar toch wel degelijk bestaat. Welkom in Glasgow. De stad met de laagste gemiddelde levensverwachting voor mannen in Groot-Brittannië: 69 jaar. In sommige achterstandswijken is dat zelfs 54 jaar. Gezondheidsproblemen zijn symptomatisch voor het hele land. In het afgelopen decennium is het aantal Schotten met een leveraandoening als gevolg van alcohol bijvoorbeeld verdubbeld. Toch is de situatie in Glasgow met afstand het slechtst. De redenen hiervoor zijn onbekend, al is het common sense dat veel vet eten, drinken en roken, weinig groente, fruit en beweging en armoede en een gebrek aan ontwikkeling in het spel zijn. De muffe vetlucht trekt overal in. Het pokdalige gezicht van de jonge vrouw achter de toonbank is daarvan de stille getuige. Ze overhandigt me de frieten met hetzelfde apathische gezicht waarmee ze straks na sluitingstijd de viezige matte vloertegels zal schrobben. De friet is slap en aardappelig en valt als een blok. Ik heb m’n buik er vol van.