De morgenkou onthult zich onmiddellijk door de adem die ik uitblaas. Er staat geen wind en de zon schijnt hardnekkig vanachter een wolkendek dat niet de indruk wekt gedurende de dag te zullen verdwijnen. Het heeft flink gesneeuwd. De sneeuw op de straten is echter al veranderd in een bruinige pap. Mannen ijsberen ongeduldig rond hun stationair draaiende auto’s. Thomas Acda zingt over het Vondelpark vannacht als ik het park inloop. Af en toe glijden m’n voeten weg op de grond die glinstert in het ochtendlicht. Alles is bedekt met een dikke witte laag. Het gras wordt haast volledig aan het oog onttrokken en de boomtakken zijn half wit, half bruin. Ik passeer een vrouw die een digitaal stilleven maakt van een struik. Kort werp ik een blik op wat in een map in haar laptop zal verdwijnen. Allebei zien we voor een ogenblik hetzelfde. We slaan onze ervaring echter anders op. Ik cognitief, zij digitaal. Ik kan een ongemakkelijk gevoel bij haar manier van doen niet onderdrukken. Ergens wringt het. Het voelt als onecht. Ze kijkt louter naar een digitale afbeelding en zelfs daarnaar waarschijnlijk niet eens heel goed. Op die manier onttrekt ze zich aan wat er voor haar staat, aan het moment. Toegegeven, ook ik beweeg me in een digitale luchtbel. Mea culpa. De muziek die in mijn oren schalt doorbreekt de stilte die er had kunnen zijn als er geen auto’s in de buurt waren geweest. Overigens heeft dit lied wel enige relevantie, aangezien het verhaalt over vier verschillende belevingen van eenzelfde moment. Al was een impromptu van Chopin wellicht sfeervoller geweest. Na dit kortstondig kruisen van wegen lopen we allebei een andere richting uit met het gevoel een unieke ervaring van het moment te hebben gehad, daar bij die struik, op dat moment. Onze ervaring is echter gekleurd door de digitale perceptie. Zoals dat tegenwoordig overal gaat. Digitale camera’s in het park, mp3 spelers op straat, mobiele telefoons in de trein, powerpoints op het werk, laptops in het café, flatscreens in de pub. Ogen en oren vormen zich naar apparaten, gedachten neigen naar elektronische signalen. Leven in een zelf gecreëerde wereld. Het contact met de werkelijkheid verdwijnt. We zien niet, we horen niet, we voelen niet. Het beeld wordt troebel. Het apparaat verdringt de ervaring zelf. Een eeuwig geheugen van kb’s en mb’s dwingt de details in de vergetelheid en verdringt de zingeving. De wereld door een digitale lens. Zei de gek.