Afgelopen week is op de universiteit een protest begonnen tegen Israel en de situatie in Gaza. Op de affiches die op de campus zijn aangeplakt staat bovendien dat de universiteit banden zou hebben met een Israëlische wapenfabrikant. Een groep studenten heeft daarom een deel van een gebouw bezet en organiseert ook een demonstratie. Na hiervan kennis te hebben genomen loop ik fronsend naar mijn kantoor om te verdrinken in stapels boeken, artikelen, rapporten en nota’s. Onderzoek biedt een veilige vluchthaven weg van de sleur aan gezeur. Meningen, acties, beloften, problemen. Te veel nieuws en te veel overbodige informatie. Ik houd me liever afzijdig van al het vluchtige en oppervlakkige met weinig toegevoegde waarde of inzicht. Als reactie kan men me apathie of zelfs egoïsme verwijten, maar ik ben liever nukkig dan lichtzinnig. Tegelijkertijd laat alles me zeker niet ongemoeid. Als wetenschapper mag ik niet onverschillig zijn, als mens wil ik het ook niet. Het steekt me, de oneindige reeks aan problemen, problematiseringen, bullshit en opzichtig falen die dagelijks tot me komt. Ik kan dit alles niet zomaar gelaten over me heen laten komen. Er moet een weerwoord komen, actie ondernomen, revolutie! Maar voordat ik van mijn stoel opgeveerd ben, voel ik me alweer ontmoedigd. Narigheid is er altijd al geweest en zal louter in vorm dan in essentie veranderen. Wie ben ik bovendien in het reusachtige radarwerk, de megalomane mensenzee, de waanzinnige woordenbrij? De politieke mode om meer dan normaal in verandering te geloven stuit op een flinke dosis scepsis van mijn kant. Elke vorm van verandering is meer retoriek dan manifest. Stelling kunnen nemen tegen ongenuanceerde standpunten is echter lastig. Het kost veel tijd om de werkelijke oorzaken en vormen van verandering goed te begrijpen. Eén kortzichtige en pakkende statement is sneller gemaakt dan het tegengif van diepe en zware studie. Waar ligt dan de oplossing? Ook ongenuanceerd zijn? Weglachen? Afzijdig houden? Nee! Al dat rest is teruggrijpen op één van de oudste filosofieën die we hebben: de Socratische methode. Deze behelst kortweg het stellen van vragen om aan te tonen dat de ander ongenuanceerde, tegenstrijdige of compleet imbeciele standpunten verkondigt. Deze methode is echter niet gemakkelijk, omdat de meest dominante predikers het lastigst van hun standpunt af te brengen zijn. Niettemin is engagement in het debat een absolute noodzaak in een wereld waarin alles kan, mag en gebeurt. En wat als de ander de wapens opneemt? Wat te doen tegen machtsongelijkheid en -misbruik? Vragen stellen? Zo zie ik mezelf als een energiek rondrennende hond die verwoed om zich heen kijkt om de bal te vinden waarvan zijn baasje net deed alsof hij hem gooide. Er voor gaan en de weg kwijt raken. Tussen revolutie en apathie.