De zurige lucht van fastfoodkots en parfums maakt me kotsmisselijk. Het is zaterdagavond en ik moet rillen van de koude wind. De bezopen wijven met hun dunne jurkjes en hoge hakken voelen niets door hun vettige pinguïnhuid. Heftig kakelend ondersteunen ze elkaar om niet op hun bek te gaan. Dan weer kijken ze met een glazige blik zoekend rond, verloren in hun zoektocht naar iets wat ze zich zelf niet meer herinneren. Hun zelfrespect zal het hoe dan ook niet zijn. Zoals ze daar lopen met hun kwabbige armen en druipende foefen. Er zullen wel ijspegels hangen in die Britse druipsteengrotten van ze. Vieze meisjes zijn het. Ze slepen mannen mee naar hun plakkerige hollen met aangekoekte ranzigheid. Maar dat houden ze angstvallig verborgen. Een strak jurkje, of het vlees er aan alle kanten uitpuilt of niet, een laag make-up er op met het plamuurmes, een walm parfum en een paar hoge hakken waar zelfs nuchter nauwelijks op te lopen is. Alles om af te leiden van die rotkoppen. De weinige fijne exemplaren die er tussen zitten compenseren hun gebrek aan overgewicht met overwicht en arrogantie. Staan ze daar een beetje te posten op de hoek van de straat, alsof ze wachten op klandizie. Van binnen zijn het natuurlijk heel gevoelige en onzekere meisjes die eigenlijk alleen maar op zoek zijn naar tedere liefkozing, maar om de een of andere reden telkens stuiten op ongevoelige macho’s die het alleen maar om het neuken te doen is. Misschien moeten ze zich dan eens in iets degelijks hijsen in plaats van er bij te lopen als een goedkope wipkip met afwerkbonus. Alsof ze rechtstreeks uit één van de tv-schermen in de pub zijn gelopen waarop een rapper onbetekenende teksten verkoopt tegen een achtergrond van halfnaakte wulpse sloeries. Vrouwen bij de vleet, van de hand in de tand, in de spleet. Geëmancipeerde gebruiksvoorwerpen, vrijgevochten en bandeloos, ongegeneerd en laveloos. Zelfs het lantaarnlicht kan hun aanblik niet verdragen. Dan maar de duisternis in, tot laat in de nacht dansen. Maar dat blijkt het hol van de leeuw. Schaamteloos gevoos in zweterige hollen met monotoon gedreun en hersendodend gesnuif. Flessen op tafels met gespreide benen eronder. Klamme dansvloeren met ranzig gesjans. Kotsend op de plee, met de blote knietjes op de natte tegels, gallige smurrie in het geblondeerde pornohaar en een geur van stinkende mossel.