Met een klein sprongetje probeer ik de kapotte eieren op de grond te ontwijken, maar kan niet voorkomen dat ik er toch in stap. Een halve eierschil kraakt onder m’n voeten. Terwijl ik de schilletjes onder m’n schoen vandaan peuter begint de gids te vertellen over de historie van het gebouw waar we ons bevinden. Het Palazzo Poggi is één van de oudste, grootste en meest belangrijke gebouwen van de Universiteit van Bologna. Naast de bibliotheek en het studentenmuseum huist de centrale administratie en het bestuur van de universiteit er. Vandaar de eieren. Een grote groep studenten heeft net staan betogen tegen de manier waarop de huidige universiteitsplannen de economische crisis afwentelen op de studenten. Voor de ingang werden ze tegengehouden door een cordon agenten, waarop de eieren door de lucht zoefden. Daarna trok de stoet verder door Via Zamboni, de straat waar de meeste universiteitsgebouwen zich bevinden en het studentenleven zich concentreert, achter een groot spandoek (‘Non pagheremo 1 euro – We are your crisis’) en onder luid geschreeuw. Dat is Italië, glimlacht onze gids, het houden van demonstraties is een regulier verschijnsel in de studentenwereld. Als we na een tijdje door het studentenmuseum lopen, wordt me duidelijk dat deze demonstratiedrang op z’n minst gedeeltelijk gevoed wordt door het precedent dat geschapen werd door de studentenprotesten in mei 1968 in Parijs. Na demonstraties tegen de bezetting van een Parijse universiteit verspreidde zich in die maand een revolutionaire geest door heel Frankrijk en andere landen, waaronder Italië. De afmetingen van deze historische opstand staat in schril contrast tot de groep eiergooiende demonstranten. Laat staan de Nederlandse studentenwereld, waar demonstreren zeldzaam is, alsmede maatschappelijke betrokkenheid en revolutionaire geest. Waarom? Hebben we het zo goed? Of interesseren problemen ons niet? Of werken we volgens meer subtiele en bestuurlijke wegen? Misschien hebben we onze revolutionaire veren wel afgeschud. De jaren zestig en zeventig zijn geschiedenis en we hebben al onze rechten en vrijheden verworven. Maar dat betekent niet dat er geen misstanden meer zijn. Dat er niets meer het demonstreren waard is. Toch doen we nu niets noemenswaardigs meer. Vanmorgen berichtte de krant over wederom een demonstratie in Via Zamboni. Terwijl ik de eieren alweer door de lucht zie vliegen vraag ik me af hoe penetrant de eiermeur moet zijn voordat we nog eens de moeite zullen nemen om onze stem te verheffen.
Comments are closed for this post.