Ik kwam Gary op straat tegen. Hij stond ineens voor me en begon zomaar wat te praten. Ik ving slechts flarden op van zijn verhaal omdat zijn accent erg sterk was en ik er ook maar half met mijn aandacht bij was. Daar stond ik, oog in oog met een man van rond de vijftig jaar, die ik me hiervoor nooit had kunnen inbeelden en hierna nooit meer zal kunnen vergeten. Ik stopte omdat ik dacht dat hij wat wilde vragen. Hij wilde wat kwijt. Tijdens een ritueel van knikken en bevestigende geluiden zoek ik naar een beleefde uitweg. Hij kijkt me echter te doordringend aan met zijn blauwe ogen, waar een soort van grijze waas overheen ligt. Alsof het verdwijnen van de kleur van zijn haar is doorgegaan nadat de haargrens bereikt was. Zijn hele voorkomen doet groezelig aan, de ellende klinkt uit zijn stem. Een verhaal in mineur, werken in de haven, vroeger, hoe simpel het leven geweest was. Ik probeer door mijn blik van horloge in de verte te laten glijden hem kenbaar te maken dat ik verder wil voordat hij om geld begint te vragen. Hij is echter al gebarend enkele centimeters dichterbij gekomen zodat een walm van alcohol en zweet me nu omringt. Of we niet een pint kunnen gaan drinken, hij betaalt. Het is half twee ’s middags. Ik stel me even voor hoe dat zou zijn. In een donkere muffige pub als mannen onder elkaar klagen over het leven. Een pint en nog een pint en nog één en dan voor etenstijd naar huis wankelen. Of hij er thuis nog zou worden ingelaten wist hij niet, zijn vrouw was vreselijk. Ze deed alles om hem stuk te maken. En dat terwijl hij altijd zo hard gewerkt had. En wat kon hij er aan doen dat hij ontslagen werd, iedereen werd de laan uit gestuurd. En nu kon en wilde hij geen ander werk meer doen, omdat hij nooit een ander vak had geleerd en zich er te oud voor voelde om dat alsnog te doen. Ik begin medelijden te krijgen met zijn moedeloze situatie. Maar toch wijs ik zijn voorstel af. Niet uit desinteresse, maar uit moraal. Als hij een beter leven wil, moet hij niet klagend zuipen. Hij blijft zich afzetten tegen dat wat hem is overkomen. Hij geeft alles en iedereen de schuld zonder naar oplossingen of acceptatie te zoeken. Het is de laffe keuze om zichzelf niet over te durven geven aan het leven, het leven te omarmen. De neiging om te zoeken naar iets dat we willen zonder de moeite te nemen, is niemand onbekend. Zitten in afwachting, in uitstel. Zo schop ik bijna dagelijks de inspiratie voor me uit met het idee dat iets betekenisvols schrijven toch niet lukt. Maar dankzij Gary niet langer. Ik kwam hem opeens tegen. En opeens was hij weer weg. Uitstel en afstel verdwenen. Het was de inspiratie die tot me sprak.
Comments are closed for this post.