Er zitten mensen op de bankjes. Dan staan ze op en verdwijnen met andere passanten achter de nieuwe uitbouw van de bibliotheek. Vanachter mijn bureau sla ik het allemaal gade. Zoals ik de bouwvakkers heb gadegeslagen terwijl ze gedurende de afgelopen vijf maanden het gebouw en het plein ervoor hebben gerenoveerd. Wat eerst een compleet betonnen grijs aangezicht was, is nu een glazen gevel van grotendeels zwart geblindeerde ramen, die iets voor de hoek overgaan in doorzichtige ramen. Eronder wittige tegels met een grasveldje in het midden dat in tweeën wordt gesplitst door een pad waar vier bankjes staan. Een stuk minder somber uitzicht dan eerst, al is het slechts een gelakte teen aan het groteske corpus van betonblokken dat de rest van de bibliotheek vormt. Een sierlijk verlicht hoekje in een duistere ruimte. Het is nu een vanzelfsprekend aangezicht. Toch kan ik er maar moeilijk aan wennen. Het gekmakende bouwgeluid van slijptollen, boren en vrachtwagens met hun irritante piepsignaal als ze achteruit rijden resoneert nog na in mijn hoofd. Ik kan me nog steeds inbeelden hoe het allemaal nog verre van af was. Hoe de ramen gezet werden. Hoe ze tegel voor tegel het plein aangelegd hebben, nadat ze stukje voor stukje de grond egaal hadden gemaakt. Hoe ze met beton een nieuwe oprit ernaast maakten. Gras gelegd in de opengelaten ruimte. Afgelopen week de bankjes erin. Een eindeloos proces waarvan ik zeker een maand lang voorspelde dat ze aan het eind van de week toch echt wel klaar zouden zijn. Het duurde me ook veel te lang. De bouwvakkers legden elke dag hun gereedschap neer als hun werktijd er op zat en ik nog een paar uur achter het scherm bleef doortikken. Hadden ze niet nog wat meer kunnen doen? Misschien. Gebrek aan discipline? Ik zet zelf altijd druk op mezelf wat meer te doen. Soms misschien meer dan goed voor me is. Wanneer is het genoeg? De norm is om alsmaar door te gaan. Verwachtingen zijn altijd hoog, of worden anders wel naar boven bijgesteld. Overbelasting van het lichaam als gevolg. Wat is goed? Het behalen van doelstellingen van werk staat op gespannen voet met het lichaam in balans houden. Wanneer is er sprake van vooruitgang? Het zijn vragen die zich aandienen wanneer je voor drie jaar door hetzelfde raam naar buiten kijkt. En telkens bezig bent met een product dat nooit af lijkt te komen en waarvan de toegevoegde waarde in nevelen gehuld is. Telkens kleine stapjes naar een onduidelijk doel. Ik kijk weer naar buiten en zie een nieuwe stroom mensen over het plein bewegen.